Cliëntgerichte psychotherapie

handgeven

Een belangrijk uitgangspunt van cliëntgerichte psychotherapie is dat psychisch welzijn samen hangt met de mogelijkheid om, binnen de gegevenheden van ons leven, ons zelf te zijn en ons verder als me ns te ontwikkelen. In een omgeving die voldoende veiligheid biedt, kan men zich het beste ontplooien. Door een onveilige buiten- of binnenwereld kan dit proces van ontwikkeling stagneren en kunnen klachten ontstaan. U voelt zich bijvoorbeeld somber, gespannen of u hebt het gevoel vast te lopen. In een cliëntgerichte psychotherapie gaat het over deze klachten en de problemen waarmee deze klachten samenhangen.

Gedachten en gevoelens

Het zicht krijgen op deze persoonlijke problemen gaat beter wanneer iemand in contact is met zichzelf, met het eigen innerlijk, dus niet alleen met zijn gedachten maar vooral ook met zijn gevoelens. Door in gesprek te komen over deze gevoelens en gedachten, kunt u uw problemen onderzoeken en ontdekken hoe u hierin verder kunt komen.

De persoon als geheel

Een cliëntgerichte therapie is persoonsgericht, dat wil zeggen dat de psychotherapeut niet uw psychische ‘stoornis’ als uitgangspunt neemt, maar u aanspreekt als persoon en met u onderzoekt hoe het komt dat u, met uw voorgeschiedenis en toekomstverwachting, op dit moment klachten heeft. Het gaat er hierbij niet zozeer om hoe de psychotherapeut uw problemen ziet, maar vooral om de betekenis die ze voor u hebben.

Voor welke problemen?

Mensen met uiteenlopende problemen kunnen baat hebben bij cliëntgerichte psychotherapie. Belangrijker echter dan de aard van uw klacht, is het feit dat u bereid bent, en in zekere zin behoefte voelt om in de therapie bij uzelf stil te staan. Er is meestal een aanleiding, in de werksituatie of in uw persoonlijke relaties, die u doet besluiten iets aan uw klachten of problemen te gaan doen.

Veelvoorkomende klachten en problemen

Om er een aantal te noemen: weinig zelfvertrouwen hebben en onzeker zijn, je somber voelen, gespannen zijn, slecht slapen, veel piekeren en tegen alles op zien, geen keuzes kunnen maken of niet weten wat je wilt, tot niets kunnen komen, perfectionistisch zijn, je negatief en kritisch voelen naar anderen, moeilijk kunnen genieten en overmatig controle houden, onder je niveau functioneren of juist jezelf groter voordoen dan je bent, in verschillende situaties steeds weer in dezelfde conflicten terechtkomen, geen relatie aan durven gaan of je ongelukkig voelen in de relatie, jezelf niet durven uitspreken of je geremd voelen in gezelschap, onduidelijke lichamelijke klachten hebben, een verstoord eetpatroon hebben, last hebben van nare of schokkende ervaringen die je hebt mee gemaakt.